WIE BOTER OP ZIJN HOOFD HEEFT KAN MAAR BETER UIT DE ZON BLIJVEN

september 16, 2008

OPEN BRIEF

Aan de minister-president, Jan Peter Balkenende.

Loosdrecht, 16 september 2008

Geachte heer Balkenende,

Op 3 september 2008 stelden de VVD-Kamerleden Van Miltenburg en Neppérus drie schriftelijke vragen* aan u over de contacten van staatssecretaris Bussemaker met de links extreme organisatie Jansen & Janssen. Drie vragen die u, ondanks het enorme controle- en veiligheidsapparaat dat u ter beschikking staat, nu – veertien dagen later – nog steeds niet heeft beantwoord. Dit is voor mij als deskundige op het gebied van links-extreme organisaties, en zonder een immens controleapparaat ter beschikking, een onverteerbare zaak.

Mede omdat u de affaire rond minister Jacqueline Cramer op een nogal gemakzuchtige wijze heeft afgehandeld, heb ik inzake de huidige zaak Bussemaker maar vast het voortouw genomen om het Nederlandse publiek over het een en ander nader te informeren.

In afwachting van uw reactie op de vragen van de VVD verblijf ik,

hoogachtend,

Peter Siebelt

* (Kamervragen VVD):

1.      Bent u bekend met de tv-uitzending over de betrokkenheid van staatssecretaris Bussemaker met de organisatie Jansen en Janssen; een organisatie die zich nog steeds zeer kritisch opstelt ten opzichte van de politie?

2.      Wat is uw oordeel over deze betrokkenheid van de staatssecretaris, hoe was haar houding toen, hoe kijkt ze er nu tegen aan en hoe is uw reactie daarop?

3.      Heeft u kennisgenomen van de opmerking in de uitzending dat staatssecretaris Bussemaker deze zaken aan u heeft gemeld als antwoord op uw vraag bij de Kabinetsformatie of er nog relevante feiten waren uit het verleden of het heden die mogelijkerwijs het Kabinet konden schaden? Op basis waarvan heeft u geconcludeerd dat er geen probleem was?

Er is geen bericht geselecteerd

Klik op een bericht om het in het leesvenster te bekijken. Bijlagen, afbeeldingen en links van onbekende afzenders worden om privacy- en veiligheidsredenen geblokkeerd.

Als je berichten automatisch wilt weergeven als je een map selecteert, kun je de leesvensterinstellingen wijzigen

WIE BOTER OP ZIJN HOOFD HEEFT KAN MAAR BETER UIT DE ZON BLIJVEN

Sommigen van ons wisten het al: Jet Bussemaker, onze huidige staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, is een ex-kraakster. Maar wat we niet wisten was dat zij van 27 september 1991 tot en met 1 maart 1996 bestuurslid is geweest bij Res Publica, een stichting die het links-radicale onderzoeksbureau Jansen & Janssen (J&J) ondersteunde, en tevens voor hen als een soort holding of financieel beheerder functioneerde. “Ik heb daar nooit een geheim van gemaakt”, aldus Bussemaker in het actualiteitenprogramma Nova.

Aardig gezegd, maar waarom werden Bussemakers werkzaamheden voor deze organisaties zorgvuldig voor het grote publiek verzwegen? Zo is er tot september 2008, behalve in een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, nergens ook maar één kleine vingerwijzing naar deze verbintenis te vinden. Niet in haar officiële CV, niet in de vele levensbeschrijvingen over haar, niet in andere publicaties in de media, en niet op belangrijke websites, zoals de website van haar ministerie, haar partij (de PvdA), Wikipedia, parlement.com of regering.nl. Zelfs op haar eigen weblog is er niets over te vinden.

Frappant. Waarschijnlijk geldt hier het spreekwoord: “Wie boter op zijn hoofd heeft kan maar beter uit de zon blijven.”

Dat Bussemaker betrokken was bij J&J hoorden we pas nadat de VVD op 3 september 2008 uitleg eiste van premier Jan Peter Balkenende, en het weekblad Elsevier erover publiceerde.

Volgens Balkenende had Bussemaker bij haar aanstelling haar betrokkenheid bij J&J gemeld, en daarbij gaf ze aan altijd binnen de grenzen van de wet te hebben gehandeld. Daarom vond hij het verleden van Bussemaker geen belemmering voor haar benoeming tot staatssecretaris en heeft het daarbij gelaten.

Daarna volgden er enkele dagen van ijzige stilte. Het journaille liet de zaak liggen. Na de mediahype rond Wijnand Duyvendak en Jaqueline Cramer waren kreten als ‘een heksenjacht op links’ niet van de lucht. Daar wilde men liever afstand van nemen; een dergelijke kretologie zou uiteindelijk hun geloofwaardigheid aan hebben kunnen tasten.

Het was de journalist Stan de Jong die voor het weekblad Revu een onderzoek naar J&J verrichtte. Hij waagde die stap wel en kwam na enkele dagen met een kort verslag. Hij begon met de opmerking: “De berichtgeving over de linkse stichting waarin staatssecretaris van Volksgezondheid Jet Bussemaker actief was, waaide wel heel snel over.” De Jong vroeg zich af welke stichting het was: “Wie zaten er nog meer in? En wat deed deze stichting?” Daarna gaf hij een korte toelichting.

“Dit bureau schreef onder meer publicaties – zoals De Tragiek van een Geheime Dienst – waarin de namen en adressen van medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten werden afgedrukt. Veel van deze medewerkers werden daarop thuis lastiggevallen door extreemlinkse activisten.

Uit deze gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat Bussemaker van september 1993 tot maart 1996 penningmeester was van de in Amsterdam gevestigde stichting Res Publica, die als formele doelstelling zou hebben het ‘organiseren van beurzen, tentoonstellingen, braderieën e.d.’. Opvallend zijn de namen van een aantal medebestuursleden, zoals Johannes (Jan) van Buuren, die samen met Wijnand Duyvendak aan de wieg stond van uitgeverij Ravijn, die o.a. publicaties van J&J verzorgde. Van Buuren, destijds huisgenoot van Duyvendak, werd in 1988 gezocht door de politie wegens mogelijke betrokkenheid bij de terreurgroep RaRa die verantwoordelijk was voor brandstichtingen op Makro-vestigingen en aanslagen op Shell-stations. (…)

Een andere opvallende naam bij Res Publica is de in 1960 in Vught geboren Maria Goretti Christina van Riet, die in 1996 secretaris werd. Van Riet zat samen met Duyvendak in de antimilitaristische organisatie Onkruit, een ondergrondse groepering die tot midden jaren tachtig inbraken deed in kazernes, commandobunkers en militaire opslagplaatsen. In 1984 werd Van Riet samen met Duyvendak op heterdaad betrapt tijdens een inbraak in het MIBO-complex in Dubbeldam. (…) Duidelijk is dat Bussemaker, die in een kraakpand woonde en voordat zij lid werd van de PvdA actief was in GroenLinks, tenminste heel dicht in de omgeving van harde activisten zat,” aldus Stan de Jong.

“Harde activisten”, een bescheiden formulering. J&J was een zéér schimmig groepje radicalen die jarenlang op smerige wijze de jacht opende op functionarissen van politie- en inlichtingendiensten. Een club die nauw verbonden was met het links-radicale blad Bluf! – het blad dat recentelijk veel aandacht kreeg in de media naar aanleiding van het schandaal rond het ex-Tweede Kamerlid van GroenLinks, Wijnand Duyvendak. J&J was een club die ijskoud les gaf in terreur aan ‘terroristen’ in binnen en buitenland.

Binnen de kraakbeweging wist bijna iedereen wie J&J was en waartoe het bureau in staat was, zo ook Jet Bussemaker. Zij wist wel degelijk bij welke oude kameraden zij in september 1991 in dienst trad. En ze kwam niet zomaar ‘even langs’ als bestuurslid en penningmeester. Nee, ze bleef er 54 maanden (vier en een half jaar) direct bij betrokken.

Balkenende vond haar verleden geen belemmering voor haar huidige positie, maar hoe denken de Nederlandse burgers hierover? Hoe denken zij over hun staatssecretaris, wanneer ze een beetje meer over haar achtergrond weten? Laten we even terug gaan in de tijd.

Toen Bussemaker politicologie ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam, raakte ze al snel betrokken bij de kraakbeweging. Op zich niet zo bijzonder omdat de universiteit een bolwerk was van links-radicale activisten en linkse professoren; een soort kraamkamer voor krakers, hackers, voorstanders van de opstand in Nederland, de revolutie in de Derde Wereld, het feminisme en ‘vrouwenstudies’.

Tijdens haar studie woonde Bussemaker een aantal jaren in een enorm kraakpand achter het Paleis op de Dam, het voormalig NRC Handelsblad complex aan de Voorburgwal in Amsterdam. Het gebouw was al in maart 1978 gekraakt, maar de daaropvolgende strenge winter zorgde ervoor dat de meeste krakers ergens anders een onderkomen zochten. Maar Bussemaker was niet zo’n doetje en sloot zich aan bij een groep krakers die van meet af aan beter waren georganiseerd en die het gebouw in mei 1979 herkraakten. Al snel groeide haar groep uit van ca. veertig tot tachtig mensen. Een groep waarvoor de gemeente Amsterdam het letterlijk en figuurlijk in de broek deed. Dat bleek wel toen de gemeente enkele dagen voor de kroning van koningin Beatrix een wit voetje bij ze probeerde te halen, en in april 1980 bekend maakte dat zij het gebouw ging aankopen voor 3,7 miljoen gulden. Een toezegging die zij kort daarop nakwam zonder overleg vooraf en zonder enige verplichting voor de krakers.

 “Ik ben toen ik ging studeren in 1979 in het kraakpand van het voormalig NRC Handelsblad in Amsterdam terecht gekomen, vlakbij de Dam; daar woonde ik met andere studenten, punks, lesbische woongroepen (…) Ik woonde daar ook bij de kroning van Beatrix in 1980. Als niet helemaal gewenste buren kregen we allemaal een oranje kaart, door ons onmiddellijk omgedoopt als krakers-pas. De scherpschutters mochten van ons niet op het dak, die stonden dus op andere daken op ons afgesteld,” aldus Bussemaker in 2006 in het blad Lava van de Jonge Socialisten van de PvdA.

In de studiegroep politicologie aan de Universiteit van Amsterdam raakte ze al snel bevriend met een aantal extreme activisten uit de kraakbeweging. Eén van hen was Eveline Lubbers, medeoprichter van Bluf! en J&J, en langdurig redactielid van beiden.

Door de jaren heen klaarden beide dames menig klusje. Zo startte het duo samen met een aantal anderen – waaronder Selma Leydesdorff (de bedenkster van de naam Dolle Mina) – in 1983 een project ‘Het politieke verzet van bijstandsvrouwen’. Een belangrijk doel van het project was het inkomen van vrouwen die actief waren binnen de beweging veilig te stellen. In 1985 resulteerde het project onder meer tot het publiceren van het boek ‘Zielig zijn we niet.’ De uitgave werd gesubsidieerd door de Universiteit van Amsterdam en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In aansluiting op het project werd Bussemaker van 1987 tot 1988 onderzoeker en onderzoeksprogrammeur (verzorgingsstaat, uitkeringsgerechtigden en politieke potentiëlen) aan diezelfde universiteit.

Aardig om te weten is dat Bussemaker van 1986 tot 1988 ook wetenschappelijk medewerker was van de Stimuleringsgroep Emancipatieonderzoek bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het ministerie dat menigmaal werd aangepakt door haar kameraden. Vooral omdat het ministerie wilde korten op hun uitkeringen. Dat moest gestopt worden, op welke wijze dan ook.

In Bluf! (nummer 177, 4 juli 1985, pagina 7), werd een lijst afgedrukt met de namen van ambtenaren die bij het ministerie werkzaam waren, inclusief hun privéadressen en telefoonnummers, met de navolgende oproep: “Hoe je iemand op zijn/haar verantwoordelijkheid aanspreekt is ieders eigen keuze, van opbellen en om inlichtingen vragen tot gezellig op de koffie gaan of erger. Het is maar net waar ze verantwoording voor dragen.” Waar dat toe leidde hebben we recentelijk uit de affaire van Duyvendak mogen vernemen, alleen waren het toen ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken die de trieste gevolgen mochten ervaren.

In deze turbulente tijd schreef Bussemaker ook het krakersboek ‘Wij blijven lachen – De Beweging met ‘Bluffers’, waaronder Geert Lovink en Jo van der Spek, medeoprichters en jarenlange medewerkers van Bluf!.

Het ministerie bleef doelwit van de activisten, hetgeen enorm escaleerde toen RARA in de nacht van 30 juni op 1 juli 1993 een bomaanslag pleegde op de derde verdieping van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag.

De daders zijn nooit gepakt, ze hadden de afgelopen jaren hun lesje geleerd, vooral nadat hun voorgangers Duyvendak en Van Riet bij een inbraak op heterdaad waren gepakt. Toen ging de kraakbeweging er steeds meer vanuit dat politie- en inlichtingendiensten door infiltratie binnen hun gelederen op de hoogte waren geweest van hun plannen. Dat moest een halt worden toegeroepen en het werk van deze diensten moest kapotgemaakt worden.

De politie- en inlichtingendiensten hadden een aantal malen op succesvolle wijze acties van de kraakbeweging gefrustreerd. Paranoia vierde hoogtij, ook bij een groot aantal studenten op de universiteit. 

Binnen het Bluf!-kamp stroomden de verzoeken binnen van actiegroepen, die benieuwd waren hoe ze de politie en inlichtingendiensten van zich af konden houden of aan langdurige gevangenschap konden ontkomen. Voor J&J was dit een kolfje naar hun hand.

In 1984 namen Peter Klerks (momenteel lector aan de politieacademie in Apeldoorn) en Eveline Lubbers het initiatief tot de oprichting van J&J. De beweging kreeg zo  haar eigen ‘spionagedienst’.

In die periode studeerden behoorde Bussemaker tot hetzelfde groepje studenten politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Jansen & Janssen, een geschiedenis die zijn weerga niet kent.

In samenwerking met andere radicalen begonnen Lubbers en Klerks de bevoegdheden, organisatiestructuur en werkzaamheden van politie- en inlichtingendiensten en beveiligingsfirma’s tot in detail in kaart te brengen. De resultaten hiervan werden via hun eigen kanalen binnen de beweging gepubliceerd. Blootleggen wat verborgen werd gehouden was het startmotto. Hoe dat gebeurde interesseerde ze geen barst. Inbreken, verzamelen en publiceren gingen als het ware hand in hand. Daarnaast achtervolgden ze iedereen die maar enigszins bedreigend kon zijn voor de activiteiten van hun achterban.

De paranoia voor BVD-infiltratie was zo groot dat men meedogenloos de jacht opende op kameraden die ervan verdacht werden dat ze als infiltrant voor politie en inlichtingendiensten werkten. Dat mocht onder meer Joop de Boer ervaren; hij werd ontvoerd en gemarteld totdat hij bekende voor de BVD te werken. Maar ook anderen die geheel onschuldig waren, werden slachtoffer van deze paranoia. Bijvoorbeeld Edward Neering. Op 20 januari 2008 schreef hij op zijn weblog over zijn ervaringen als volgt: “Dieptepunt destijds was dat ik ooit door de medewerkers van Res Publica werd beschuldigd en benaderd als BVD-infiltrant (nu AIVD).”

‘Permanent ondermijnend bezig zijn, zo heb ik ooit mijn doel met J&J geformuleerd’, liet Lubbers via haar website weten. Op haar eigen website voegde ze daar nog iets aan toe: ‘In de jaren tachtig ondersteunde J&J het openbaar maken van geheime informatie die bijvoorbeeld door inbraken bij politie of militaire objecten (door Onkruit) vrijkwam.’

Zonder die geheime informatie was het J&J waarschijnlijk nooit gelukt een invloedrijke positie te verwerven binnen de beweging. Zeker niet in de beginjaren tachtig, toen het niet eenvoudig was om iets boven water te krijgen over bijzondere afdelingen van de politie. Dit probleem werd op ingenieuze wijze opgelost. Naar eigen zeggen behoorde ‘[A]ctietuig dat een politiebureau wil bestormen’  tot de doelgroep van J&J. Desgevraagd weigerden ze om als ‘bewegingspolitie’ te fungeren. De actiegroepen zelf werden niet onderzocht. Dat was niet hun taak, vond Lubbers: “We worden vaak gebeld: of we iets over RaRa en zo weten. Dat doen we dus niet.” Na deze opmerking hield zij zich van de domme en liet erop volgen: “Ik weet het ook niet.”

 J&J leverde informatie aan iedereen die er wat zinnigs mee kon doen, ook aan buitenlandse extremisten die in Nederland onderdak zochten. J&J had het antwoord, voor elk niveau van actie stonden ze klaar, ook voor terreuracties waarbij het hoogste niveau van voorbereiding, voorzichtigheid en zorgvuldigheid hoorde. Acties waarbij de daders vooraf of achteraf een politieke boodschap achterlieten of een aanslag claimden door middel van een persverklaring. Ook voor hen was J&J de vraagbaak, de voorlichter. Ze gaven advies over:

·         Hoe schrijf je een persverklaring na een aanslag zonder dat de opsteller achterhaald wordt?

·         Wat moet je doen als je benaderd wordt door de BVD?

·         Hoe kun je het beste langdurige verhoren doorstaan?

Ook voor het saboteren van politieonderzoeken gaf men nuttige tips:

·         Schildpad-methode: luister niet naar wat ze zeggen, zet je verstand op nul, toon op geen enkele manier interesse, pak een pen of elastiekje als speeltje. Doel van de methode is jezelf te beschermen, de smeris wordt alle mogelijkheden ontnomen grip op je te krijgen.

·         Destructie-methode: houd je in alle rust bezig met het afbreken van koffiekopje-oortjes, verbuigen van lepeltjes, losdraaien van de telefoon of het draaien van nummers; verbuig de armpjes van hun typemachine of morst je koffie over je dossier.

·         Agressie-methode: verscheur je dossier, trekt het telefoonsnoer stuk, verniel het portret van het gezin van de rechercheur, laat je niet naar de cel terugbrengen, pis tegen het bureau. Doel: het blijk geven van je algehele minachting voor het politiegebeuren, het maakt duidelijk dat ze met jou niet hoeven proberen te sollen.

Bureau J&J kon op ongelooflijk brutale wijze jarenlang zijn gaan, zonder noemenswaardige tegenstand van regering of justitie.

In die tijd lag de kracht van figuren als Bussemaker, Lubbers, Duyvendak en andere betrokkenen in de schimmige structuren en rolverdeling die men gecreëerd had. Een buitenstaander kon door de bomen het bos niet meer zien.

 Een klein voorbeeld:

·         Redactieleden van Bluf! braken in om vertrouwelijk documenten te bemachtigen en publiceerden hierover in hun eigen blad.

·         Leden van J&J, waaronder Lubbers of Fjodor Molenaar, coördineerden overleg tussen radicale groepen, adviseerden, onderzochten en analyseerden (gestolen) documenten.

·         De uitgeverij Ravijn, met in het bestuur en redactie Lubbers, Duyvendak, Geert Loovink, Van Buuren, publiceerde en verspreidde de publicaties.

·         Res Publica – met onder meer bestuursleden als Bussemaker, Fjodor Molenaar en Van Buuren – beheerde de opbrengsten van de publicaties of andere inkomsten.  

Wetenswaardig is de wijze waarop Ravijn is ontstaan. Na het opheffen van Bluf! was er ongeveer twaalfduizend gulden overgebleven. Met dat geld werd Ravijn opgezet. Veel mensen van Bluf!, waaronder Duyvendak en Lubbers gingen over naar Ravijn. Lubbers en Duyvendak kregen vaak stukken ‘aangeboden’ die eigenlijk geen boek waren. Ravijn wilde dit toch publiceren. Maar uit de ervaring met onder meer het publiceren van gestolen documenten had men geleerd dat het noodzakelijk was om een duidelijke scheiding tussen redactie en schrijvers te houden. “Belangenverstrengeling gaf ingewikkelde problemen”, aldus Lubbers en Duyvendak tijdens een bijeenkomst van radicalen.

Alle voornoemde personen waren weliswaar onlosmakelijk met elkaar verbonden door hun verleden, opleiding, activiteiten en dubbele petten, maar waren voor justitie zo goed als ongrijpbaar door de taakverdeling en onafhankelijkheid van de feitelijk los van elkaar opererende stichtingen waarin ze actief waren.

Ondanks, of juist door het voornoemde rijst op dit moment bij enkelen de vraag of de situatie binnen de club van Lubbers nog hetzelfde was toen Bussemaker in september 1991 aantrad bij Res Publica/J&J.

Nee, ze waren door ervaring wijzer, sluwer en nog ongrijpbaarder geworden. Toen Bussemaker aantrad heerste er een gemengde sfeer. Een sfeer van gespannenheid omdat bijvoorbeeld de uitgeverij Ravijn door middel van een gerechtelijke uitspraak was gedwongen om te stoppen met het uitgeven van het boek De Tragiek van een geheime Dienst. Maar ook een jubelsfeer, omdat men de BVD een enorme hak had gezet.

Eerst even over het boek De Tragiek van een geheime Dienst dat in november 1990 was verspreid door Eveline Lubbers en haar kameraden. In Het Parool van 17 november 1990 zegt Lubbers: “In totaal denk ik dat we enkele duizenden boeken hebben verkocht.” Het boek was een soort vervolg op eerdere publicaties over politie- en inlichtingendiensten; bijvoorbeeld in het boek Speuren bij de bespieders of de Stillenregistratie in Bluf! Ditmaal was de werkwijze van de politie-inlichtingendienst in Nijmegen en omgeving tot in detail in kaart gebracht. Maar de grootste rel veroorzaakte de publicatie van de foto’s, privéadressen, telefoonnummers, autotypes en kentekennummers, burgerlijke staat, activiteiten in het privéleven en eventuele kinderen van inlichtingen- en politiemensen in Nijmegen. De politiefunctionarissen waren geschokt. Door de publicatie konden zij hun werk niet meer doen en werden hun gezinnen bedreigd.

Samen met de gemeente Nijmegen spande de politie een kort geding aan tegen Ravijn en andere verspreiders van het boek. Maar de schrijvers konden niet aangeklaagd worden, omdat hun identiteit onbekend was. “We weten ook niet wie de schrijver is. Op een gegeven moment stond hier een partij in dozen verpakte boeken op de stoep”, beweerde een medewerker van Ravijn in de Volkskrant van 7 november 1990.

Ten slotte werd Ravijn toch veroordeeld en bleef het met een grote financiële strop zitten. Om dat gat te dichten, en om door te gaan met het uitgeven en verspreiden van dit soort publicaties, werd er zeker tot eind 1992 binnen de beweging gevraagd om gul te storten op het gironummer van Ravijn. Wetenswaardig is dat de Nijmeegse groep krakers die mee hadden gewerkt aan het boek (waaronder de op 15 november 2005 vermoorde Louis Sévèke) later een soort ‘zelfstandige’ afdeling werden van J&J, onder de naam Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV).

Dan nog even over de jubelsfeer. In de periode dat Bussemaker bij J&J betrokken was gingen de activiteiten tegen justitie, politie en inlichtingendiensten gewoon door, alleen was de koers iets meer verlegd. Men ageerde nu tegen het vluchtelingenbeleid.

Opvallend is dat Bussemaker op dat moment niet alleen de pet op had van Res Publica, maar ook een tweede pet, die van haar lucratieve uitvalspost: de Universiteit van Amsterdam. Daar werkte ze onder meer als toegevoegd onderzoeker faculteit politieke en sociaal-culturele wetenschappen, deeltijd universitair docent vakgroep politicologie en bestuurskunde, en werkte ze mee aan een door de Stichting Recht en Openbaar Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gesubsidieerd onderzoek. 

En daar bleef het niet bij, petje drie was haar lidmaatschap van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks. De partij die niet alleen tot over haar oren betrokken was bij de jacht op politie- en inlichtingendiensten, maar ook haar steentje bijdroeg aan het saboteren van het Nederlandse asielbeleid. Belangrijke partijleden van deze aanpak waren Wilbert Willems en Andrée van Es.  Zij keerden zich fanatiek tegen het Nederlandse asielbeleid en het feit dat de BVD actief was in kringen van asielzoekers en vluchtelingen.

Begin 1990 was J&J begonnen met het verspreiden van een enquêteformulier onder tientallen organisaties om gegevens te verzamelen over asielzoekers die waren benaderd door inlichtingendiensten. Advocatenkantoren, vluchtelingenzelforganisaties, kerken en vluchtelingengroepen deden eraan mee. Aan het eind van het jaar werden de resultaten van het onderzoek gepubliceerd in het als boekje De vluchteling achtervolgd – De BVD en asielzoekers. Naar aanleiding van het onderzoek diende het GroenLinks-Kamerlid Willems onmiddellijk een motie in om de bevoegdheden van de BVD op het terrein van asielzoekers in te perken.

Intussen kregen advocaten, hulpverleners en vluchtelingengroepen van J&J voorlichting over de werkwijze van de inlichtingendiensten en hun contacten met de Vreemdelingendienst. Asielzoekers kregen het uitgebreide ‘Tips en Aanbevelingen’ over de wijze waarop ze met inlichtingdiensten om moesten gaan en hun verblijf in Nederland veilig moesten stellen. “Asielzoekers moeten direct na aankomst in Nederland ingelicht worden over de ‘praktijken’ van de Vreemdelingendiensten, de PID en de BVD”, aldus J&J.

Een van de meest spraakmakende acties gebeurde toen Bussemaker amper op haar plek zat. Op 10 oktober 1991, toen in Utrecht een van de meest gezochte rebellen uit de Filippijnen, Nathan F. Quimpo, door functionarissen van de Nederlandse en Amerikaanse inlichtingendienst werd benaderd om als informant te werken. Mispoes, Quimpo had de ‘Tips en Aanbevelingen’ van J&J goed gelezen en wist samen met hen de inlichtingenfunctionarissen in een val te lokken. Ook de Vara deed mee. Op 2 november 1991 maakte het actualiteitenprogramma Achter het Nieuws er een spektakel van: een wegsnellende BVD-agent, een nuchtere CIA-man, een zielige Quimpo die op de vlucht was voor een ‘vreselijk Filippijns regime’, en Quimpo’s advocaat Tomlow, die het ‘ongehoord’ vond dat zijn cliënt de asielzoeker werd benaderd om informatie te geven. De regie van de uitzending was in handen van een van Nederlands bekendste presentatoren, Paul Witteman.

En ook het samenwerkingsverband met GroenLinks deed zich gelden. Wilbert Willems had zijn Kamervragen al klaar liggen. Zijn Tweede-Kamerfractie was ziedend over de handelswijze van de BVD. Men wilde onderzoek, eiste opheldering van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Ien Dales, en er moest onmiddellijk gestopt worden met het benaderen van asielzoekers.

Volgens Willems waren de beelden die op tv te zien waren geweest eerder regel dan uitzondering. Tevens eiste hij extra bescherming voor Quimpo, omdat de CIA-man zou hebben gezegd: ‘You’re finished’. Willems wilde weten of de bemoeienis van de BVD en de CIA met Quimpo geen nadelige gevolgen hadden voor de toekenning van een verblijfsvergunning. Aan het eind van het liedje werd aan Quimpo een asielstatus verstrekt.

Gezien hun belangrijke rol binnen de beweging is het niet verwonderlijk dat J&J continu in de gaten werd gehouden door politie en inlichtingendiensten.

“Maar dat deden ze zo knullig. (…) Eigenlijk lachwekkend”, vertelde Eveline Lubbers in een interview. “In ’88 heeft de BVD geprobeerd een zolder te huren, die gesitueerd was tegenover ons toenmalige kantoor. Ze vroegen het bij toeval aan een bewoner, die journalist was bij de NRC. Dat kwam dus meteen in de krant en het BVD-feestje ging niet door.”

Bij een andere poging probeerde de BVD aan de overzijde van Lubbers’ vroegere woning in de Jordaan een etage te huren. “Een overbuurvrouw kwam op een dag in onthutste toestand aangelopen met de mededeling dat ze de BVD aan de deur had gehad. Die vroeg of ze een tijdje van haar woning gebruik konden maken, omdat ze de overkant in de gaten wilden houden.”

Terug naar Bussemaker. In 1995 nam zij afscheid van GroenLinks en werd lid van de PvdA. Dat kwam voornamelijk door de vele gesprekken die ze had gehad met Maarten van Traa en haar oude strijdmakker Andrée van Es. Van Es kende ze nog uit de veelbewogen krakersperiode, en dan voornamelijk uit het ‘activistisch-feministische’ circuit en de jacht op politie- en inlichtingdiensten. Bij de PvdA lag het dubbele petje van Bussemaker iets gevoeliger, hetgeen er waarschijnlijk toe geleid heeft dat zij in maart 1996 uit het bestuur van Res Publica stapte.

Daarna bleef ze nog twee jaar actief als deeltijd universitair docent bij de vakgroep Politicologie en Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, werd in mei 1998 lid van de Tweede Kamer, om ten slotte op 22 februari 2007 te worden aangesteld als staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tot slot

Nee, voor zover mijn onderzoek tot nu toe strekt heeft Bussemaker niet zelf, ingebroken, bommen geplaatst, huizen beklad of ruiten ingegooid van politie- en inlichtingenmensen of hun gezinnen geterroriseerd met nachtelijke dreigtelefoontjes. Nee, net zomin als de nazi Goebbels zelf Joden naar de gaskamer heeft gebracht of de Serviër Karadic moslims heeft vermoord in het voormalig Joegoslavië. Nee, zij behoorde tot het ‘schone handen niveau’, het vuile werk liet zij over aan ‘kameraden’ als Eveline Lubbers en Duyvendak.

Het is heel begrijpelijk dat de oude kameraden of leden van Res Publica, J&J, Ravijn – of andere links-radicale organisaties in Nederland – zeer zwijgzaam zijn over hun verleden. Het is begrijpelijk, omdat een aantal van hen zich sindsdien vrijelijk bewegen of bewogen hebben binnen het hart van onze overheden en politiek. Wijnand Duyvendak als Tweede Kamerlid voor GroenLinks, Jet Bussemaker (PvdA) als Staatssecretaris, Peter Klerks (PvdA) als lector aan de politieacademie, Andrée van Es (GroenLinks) als directeur generaal bij Binnenlandse Zaken of Jaqueline Cramer van Vrom.

Wist onze premier eigenlijk wel waarover het ging toen hem vragen werden gesteld over Bussemakers verleden, of was voor hem op dat moment de formatie van een nieuw kabinet veel belangrijker en maakte het niet uit wie hij binnen zijn gelederen haalde? Het geeft te denken, zeker wanneer we zijn nogal nonchalante houding rond de recente affaire over minister Jacqueline Cramer tegen het licht houden.

Advertenties

Open brief aan de minister president Jan Peter Balkenende.

september 3, 2008

Geachte ‘heer’ Balkenende,

Met enig afgrijzen heb ik gisteren het spoeddebat over het spraakmakende verleden van minister Jaqueline Cramer gevolgd.

Ik schaam me voor dit kabinet en ik schaam me voor u. Want één ding is tijdens dit debat duidelijk geworden: namelijk hoe rekbaar het begrip persvrijheid is wanneer de macht of het bestaansrecht van uw kabinet in het gedrang komt. Het CDA, de PvdA en, ach, laten we de ChristenUnie maar buiten beschouwing laten, belazeren de kiezer op een vreselijke manier en verdraaien de feiten om ongeschonden uit de strijd te komen.

Nee, er was niets mis met de advertentie, liet mevrouw Cramer weten. Volgens haar ging het om de persvrijheid en niet een legitimering van de inbraak. Haar partijgenoot Dijsselbloem was het daar mee eens en blies hoog van de toren. Volgens hem was er geen enkele aanwijzing dat ze erbij betrokken was. Dit was een debat over persvrijheid. De bedoeling van die advertentie was het beschermen van de persvrijheid en de vrijheid om te publiceren wat openbaar moest worden. Hij kent vele redacties die ver gaan in hun publicaties. Hij dramde maar door over de vrijheid van publicatie, en gaf als gelijkwaardig voorbeeld de recentelijke VVD-actie naar aanleiding van de arrestatie van Gregorius Nekschot vanwege zijn ‘beledigende’ cartoons. Volgens hem is er gezocht naar spijkers op laag water en was het debat voor de PvdA gesloten.

Tja, en dan uw andere coalitiepartner, Ernst Cramer van de Christen Unie. Hij deed een voorstel om het debat meteen te stoppen omdat er ongewenst geweld werd gepleegd. Ja, geweld, want Madlener van de PVV had al een oordeel geformuleerd, zijn conclusie getrokken en was meteen met een motie gekomen. Madlener, en vele andere Tweede Kamerleden, hadden namelijk over de Cramer-affaire uitgebreide achtergrondinformatie gelezen. Bijvoorbeeld die ochtend in het dagblad Metro: ‘Milieudefensie prees acties Bluf! en Onkruit’ en ‘Krijgt Cramer last van Kramer?’ Ook had hij, net als vele andere Tweede Kamerleden, de moeite genomen om het artikel ‘Steunde minister Jaqueline Cramer de acties van Bluf!?’ gelezen. En met grote waarschijnlijk heeft ook u de schokkende feiten onder ogen gezien.  

‘Persvrijheid’, riep u voor de camera’s in de Kamer. ‘Persvrijheid’ riep Cramer. ‘Persvrijheid’ riepen de belanghebbenden in koor.

Hoe simpel kun je zijn, want!

In de ondersteuningsverklaring die Jacqueline Cramer steunde staat: ‘Wij verklaren hierbij de gezamenlijke opdrachtgevers te zijn van de nummers van Bluf! waarin de gewraakte dokumenten (PS: ook met een k) werden gepubliceerd, en beschouwen daarmee het gerechtelijk vooronderzoek, waarmee het Openbaar Ministerie tracht de identiteit te onthullen van ‘de redactie’ van Bluf! (lees: inbrekers), voor gesloten.

Met deze laatste zin gaven de ondertekenaars niet alleen aan dat zij de rechtsgang wilden blokkeren, maar gaven zij ook een vrijbrief voor het publiceren van de privégegevens van ambtenaren in Bluf! met de oproep er iets mee te gaan doen. Dat er ook daadwerkelijk iets mee werd gedaan werd jarenlang door de correcte politiek en media onder het tapijt geschoven. Nee, daar kwam pas aandacht voor nadat een van de slachtoffers, een voormalig ambtenaar van Economische Zaken, een open brief stuurde aan een van de verantwoordelijken: het (ex) Tweede Kamerlid, voormalig inbreker en prominent Bluf!-redacteur, Wijnand Duyvendak. Over dit gegeven werd door u, Cramer, Dijsselbloem en andere koorknapen van dit kabinet met geen woord gesproken.

Uw persvrijheid is de mijne niet en zeker ook niet van het merendeel van de Nederlandse bevolking. Dat met uw persvrijheid gestolen documenten werden gepubliceerd is een klein smetje op het vestje van de persvrijheid, maar dat er in het persvrijheidslievende Bluf! ondermeer óók voorlichting werd gegeven over inbraaktechnieken, het maken van bommen en het publiceren van privégegevens waardoor – nogmaals – gezinnen werden blootgesteld, is zuiver terrorisme.

En meneer Balkenende, mevrouw Cramer, en overige politiek correcten, kom niet met het smoesje ‘das haben wir nicht gewusst’. Maakt u dat de kat maar wijs.

Het was een publiek geheim dat het lezerspubliek van Bluf!, behalve journalisten, politie, inlichtingendiensten, ondergetekende en Milieudefensie, voor een groot deel bestond uit links-extreme radicalen; radicalen die men voor een deel zelfs terroristen zou kunnen noemen. Radicalen die inbraak, brandstichting, bomaanslagen en het bedreigen van onschuldige gezinnen niet schuwden.

Een deel van de wereld in en rond Bluf! heeft u opgenomen in uw kabinet of zijn in de Kamer terechtgekomen, Wijnand Duyvendak heeft de eer aan zichzelf gehouden en Cramer is tot nu toe door u gered, maar hoe zit dat nu met uw staatsecretaris, Jet Bussemaker, de dame die betrokken was bij het extreemlinkse onderzoekinstituut Jansen & Janssen? Een club die niet alleen met terroristen heulde, maar ook heel nauw samenwerkte met Bluf!, onder meer met de jacht op medewerkers van politie en inlichtingendiensten en het publiceren van hun privégegevens. Oh, dat wist u niet? De AIVD heeft u deze info niet gegeven? Had mevrouw Verdonk tijdens het debat gelijk toen zij beweerde dat AIVD-gegevens over personen een lachertje zijn?

Om te voorkomen dat u in de nabije toekomst wederom, en onder het mom ‘das habe ich nicht gewusst’, feiten gaat verdoezelen, raad ik u aan om de resultaten van mijn onderzoek naar het clubje van Jet Bussemaker, Jansen & Janssen eens grondig te lezen.

Deze zijn onder meer te vinden in mijn boek:

‘De 4e Wereldoorlog – Het pad van Marx naar Allah.’

En daar hoeft u niet ver voor te zoeken, want volgens mij ligt het op de kamer van een of meerdere leden van uw fractie.      

Gezien het bovenstaande krijg ik steeds meer het gevoel dat u tijdens de formatie er niet op uit was om een krachtdadig kabinet te formeren dat ons land zo broodnodig behoeft, maar dat u maar op één ding uit was: uw naam in de geschiedenisboeken plaatsen als Kabinet Balkenende 4.

Gezien de uitingen en handelingen van u en uw kabinet (op enkele uitzonderingen na) kan ik maar een ding concluderen: u heeft lak aan het volk, u denkt alleen maar aan uw eigen belang en uw collega’s.

Volgens mij, meneer Balkenende, is het tijd dat u opstapt. Als premier, als kabinet, heeft u geen bestaansrecht meer. En doe mij en het merendeel van de Nederlandse bevolking een plezier en bezoedel nooit meer het woord persvrijheid.

U hartelijk groetend,

 

Peter Siebelt


STEUNDE MINISTER JACQUELINE CRAMER DE ACTIES VAN BLUF!?

september 2, 2008

Vanmiddag is een spoeddebat in de Tweede Kamer. Het kan wel eens spannend worden. Minister Jaqueline Cramer (VROM) gaat namelijk uitleg geven over iets dat zij zich niet meer kan herinneren. Is er sprake van een selectief geheugenverlies?

 

Lees mee en vorm uw eigen mening.

 

Op 26 augustus 2008 verscheen een artikel in de NRC dat kopte: “Minister Cramer steunde acties ‘Bluf’.” Het betrof een steunbetuiging uit 1986, die op 21 juni van dat jaar in een advertentie in de Volkskrant was verschenen.

 

Cramer was destijds voorzitter van de Vereniging Milieudefensie.

 

De bewuste advertentie (‘Openbaren kan iedereen’) had betrekking op de dreigende vervolging van Bluf! als een van de onthullers van de gestolen documenten van Economische Zaken. In de advertentie bekenden een groot aantal personen, waaronder Cramer, dat zij de opdrachtgevers waren van het actieblad Bluf!: “Wij verklaren hierbij de opdrachtgevers te zijn van, en verantwoordelijk te zijn voor de uitgave van de nummers van Bluf!, waarin de gewraakte documenten werden gepubliceerd (…).”

 

Wijnand Duyvendak, het recentelijk in opspraak gekomen en teruggetreden Tweede Kamerlid van GroenLinks, was de belangrijkste redacteur van het actieblad Bluf!. Duyvendak biechtte onlangs zijn betrokkenheid bij de bewuste inbraak op in een boek over zijn verleden.

 

Na het verschijnen van het artikel in de NRC distantieerde minister Jacqueline Cramer (Milieu) zich van ondersteuning van het actieblad Bluf!, dat in 1986 dreigde te worden vervolgd voor het publiceren van gestolen stukken van het Ministerie van Economische Zaken. Ze was ‘zeer verbaasd’ en liet weten dat zij zich van die ondersteuning ‘helemaal niks’ meer herinnert. “En ik kan me ook niet voorstellen dat ik die advertentie persoonlijk heb ondertekend,” aldus Cramer, en wees erop dat haar naam verkeerd gespeld was: Jacqueline Kramer. “Als ik de advertentie toen had gezien, had ik ervoor gezorgd dat mijn naam goed gespeld was geweest,” benadrukte ze. Volgens eigen zeggen had Cramer hierover intussen contact gehad met de toenmalige bestuursleden van Milieudefensie, en ook zij wisten er volgens haar niets van. In een aparte verklaring distantieerde Cramer zich van dergelijke methodes. Cramer: “Zowel van de publicatie van de documenten als uiteraard de diefstal zelf.”

 

Buitenparlementaire acties zijn volgens haar prima, maar mogen nooit ontaarden in geweldpleging, inbraak of welke andere criminele activiteiten dan ook. “Ik heb mij nooit met dergelijke zaken ingelaten. Ik heb niets te verbergen” aldus Cramer, die het verder opnam voor de milieubeweging. Zo zou die een belangrijke bijdrage hebben geleverd om het milieu op de politieke agenda te zetten. Cramer zei dat er destijds ‘allerlei stromingen’ waren. Milieudefensie behoorde tot de stroming die uitging van de democratische aanpak, en was niet gericht op confrontatie en gewelddadige acties.

 

Vergeten kan iedereen, maar omdat het gaat om activiteiten waar je zelf langdurig bij betrokken bent geweest, en om mensen met wie je jarenlang hebt samengewerkt – en met wie je in je huidige positie als minister van VROM nog dagelijks te maken hebt – rijst er twijfel. Zeker wanneer een van de betrokkenen bij de diefstal bij Economische Zaken, Wijnand Duyvendak (de belangrijkste redacteur van het toenmalig Bluf!), de Tweede Kamer wegens zijn verleden heeft moeten verlaten.

 

Laten we eens terug gaan naar de periode 1981-1987; de periode waarin Jaqueline Cramer actief was binnen een van de invloedrijkste organisaties binnen de Nederlandse milieubeweging, t.w. de Vereniging Miliedefensie. Een van hun spraakmakende acties was het brede verzet tegen kernenergie. Cramer speelde daarin langdurig een hoofdrol.

 

Van 1981 tot 1985 was ze lid van het bestuur van de Vereniging Milieudefensie en behoorde zij tot de redactieraad van het gelijknamige maandblad. Daarna was ze tot 1987 de voorzitter van deze organisatie.

 

Op 16 juni 1984 kwam op initiatief van Milieudefensie een groot aantal mensen bij elkaar en ontstond er een goed georganiseerd samenwerkingsverband, dat leidde tot de oprichting van het Landelijk Platform tegen kernenergie. Milieudefensie speelde een sleutelrol. Binnen dat platform zaten organisaties en personen die radicaal geweld niet schuwden. Vooral leden van de oude Anti Kernenergie Beweging (AKB) konden er wat van. Enkelen van hen, waaronder Wijnand Duyvendak en Peer de Rijk (de broer van Mirjam de Rijk, de huidige levenspartner van Wijnand Duyvendak), behoorden niet alleen tot de harde kern van Bluf!, maar werden belangrijke medewerkers van de Vereniging Milieudefensie. Peer en Mirjam de Rijk zijn terug te vinden in de organisaties die momenteel rijkelijk door het ministerie van minister Cramer worden gesubsidieerd.

 

Binnen de actiebeweging was de samenwerking tussen Milieudefensie en toenmalige radicalen als Duyvendak en De Rijk een publiek geheim. Een toenmalig kopstuk binnen de links-radicale financieringsorganisatie XminY, Josef Bergmans, gaf daarover het volgende voorbeeld, toen de actiegroep Onkruit – waarin ook Wijnand Duyvendak actief was – vroeg om subsidie voor het publiceren van gestolen documenten of documenten die onder meer afkomstig waren van Milieudefensie: “In het boek zullen een aantal zaken genoemd worden welke onder dienstgeheim vallen en waarvan publicatie strafbaar is. Hiervoor zoekt Onkruit een aantal trucs om toch tot publicatie over te gaan. (…) Of Onkruit er in slaagt er werkelijk iets van te maken kan ik niet beoordelen omdat er nog niets geschreven of opgezet is. (…) Gezien de contacten met Milieudefensie, denk ik dat het toch moet kunnen lukken.”

 

Ook de toenmalige BVD had een warme belangstelling voor de organisatie. Het is dan ook niet zo bijzonder dat Peer de Rijk ooit op het kantoor van Milieudefensie werd gearresteerd wegens verdenking van het ontvoeren en mishandelen van een politie-informant. Wetenswaardig is dat Jacqueline Cramer, na haar carrière bij Milieudefensie, voorzitter was van een gelijkwaardig  platform: het Landelijk Milieu Overleg (LMO). Volgens een artikel in De Volkskrant in maart 1992 was het haar idee om clubs beter te laten samenwerking in een federatief verband. De standpunten en belangen in het platform liepen teveel uiteen, maar de structuur was van eminent belang. Een structuur die Milieudefensie al jaren toepaste. Een citaat uit diezelfde Volkskrant geeft over de noodzaak hiervan een duidelijke toelichting: “Zo kan het gebeuren dat in het LMO organisaties samenwerken waarvan de één actie voert tegen een milieuonvriendelijk bedrijf, terwijl de ander er juist een dialoog mee aangaat. Die situatie moet vooral blijven bestaan, vinden de aangesloten verenigingen. Juist omdat, zo melden de laatste notulen van het LMO-overleg, het niet aan te bevelen is om actie en dialoog in één en dezelfde organisatie onder te brengen.” “Dit wordt beaamd”, besluit het verslag. In hetzelfde artikel wordt een nogal sprekende mening van haar geventileerd: “Tegen popularisering van het milieu heeft Cramer geen bezwaar. Ook niet op de soms erg nadrukkelijke bewerking van de publiciteit.”

 

In september 1984 kopt de voorpagina van het blad Milieudefensie (nummer 7) over een landelijke manifestatie tegen kernenergie die op 22 september in Emmeloord zal plaatsvinden. In het blad wordt de manifestatie ruimschoots beschreven (pagina 7). Opmerkelijk is het volgende citaat dat enige overeenkomst toont met de latere advertentie over Bluf! in de Volkskrant. Er wordt een oproep geplaatst onder de kop ‘Plaats een annonce’. De tekst van de oproep luidt verder: “De bedoeling is als volgt: zoveel mogelijk mensen/organisaties plaatsen in de genoemde periode een oproep annex annonce in  de Volkskrant of andere landelijke en regionale dagbladen. Bijvoorbeeld: 22 september, Emmeloord- Gijs van Ardenne komt niet, maar ik wel. Of: zie ik je op 22 september in Emmeloord? Ik zoek je op 22 september bij de stand van Milieudefensie.” aldus het citaat. Jaqueline Cramer is op dat moment bestuurslid en zit dan in de redactie van het blad Milieudefensie. Keer op keer zal het blad oproepen tot acties tegen kernenergie.

 

Op 9 november 1984 is er voor het eerst sinds bijna 3 jaar weer een actie bij de kerncentrale in Dodewaard. Ongeveer tachtig mensen blokkeren de toegang. Het is de eerste uit een rij geplande acties. Doelstelling van de actie is een snelle, flitsende blokkade die vooral niet uitgelekt mag zijn. Niet het aantal mensen is bepalend, maar de publiciteit, die, zo hoopt men bij de AKB, dan vooral de ‘ingeslapen’ activisten weer nieuw leven in moet blazen. De ploegenwisseling van de centrale wordt enkele uren opgehouden en de ontruiming verloopt redelijk rustig. De reacties vanuit de AKB zijn zeer enthousiast.

 

In november 1984 (Milieudefensie nummer 9, pagina 18) schrijft het blad: “Na de manifestatie in Emmeloord (zie elders in deze rubriek) bezinnen we ons op de rol van de Vereniging Milieudefensie bij de activiteiten tegen kerncentraleplannen. De ontwikkelingen binnen het Landelijke Platform tegen Kernenergie en de plannen die dan naar voren worden gebracht worden daarbij betrokken.”

 

In december 1984 waarschuwt het blad (Milieudefensie nummer 10, pagina 4-10) voor de komst van nieuwe kerncentrales door het toen zittende kabinet, en lanceert de vraag hoe de anti-kernenergiebeweging die plannen kan tegenhouden. Op pagina 20 volgt dan informatie over een discussiedag op 15 december, met als kop: ‘Milieudefensie tegen de kerncentrales.’

 

Op 3 januari 1985 wordt er een bomaanslag gepleegd op een onderstation voor het elektriciteittransport bij Medemblik in Noord-Holland. Via een ontluchtingskoker van het toilet worden ‘behoorlijk zware explosieven’ (volgens de Explosieven Opruimings Dienst) naar binnen gegooid. De binnenmuren en een buitendeur worden door de explosie weggeblazen en de eigen stroom- en verwarmingsinstallatie worden zwaar beschadigd. Omdat de aanslag door niemand opgeëist wordt, doet het elektriciteitsbedrijf het af als een uit de hand gelopen nieuwjaarsgrap van ‘kwajongens’, al zijn ze er zelf toch ook niet echt van overtuigd.

 

Op 11 januari 1985 besluit het kabinet om minstens twee nieuwe kerncentrales te bouwen. Het Landelijk Platform tegen kernenergie en met name de aangesloten groepen hebben niet stilgezeten. In het blad van Milieudefensie (nummer 2, maart 1985, pagina 18) beschrijft men het als volgt: “Niks nieuwe kerncentrales (…). Enkele uren na het kabinetsbesluit staat de reactie van het platform al op de telex: Onaanvaardbaar. We zullen de plannen op alle mogelijke manieren dwarsbomen.” Diezelfde avond en de volgende middag wordt in de vestigingsplaatsen vuurwerk afgestoken, onder het motto: “Het kabinet zorgt voor vuurwerk, dan kan ze het ook van ons verwachten (…). Het is belangrijk dat we in de komende maanden laten zien dat de anti-kernenergiebeweging niet dood is, maar springlevend”, aldus het blad Milieudefensie. De gemoederen lopen op, de sfeer is geschapen.

De volgende dag is er al een demonstratie in Borssele. Ongeveer 150 mensen steken bij de kerncentrale vuurwerk af, als symbool van wat de voorstanders te wachten staat als ze de plannen door willen zetten.

 

Op 17 januari 1985 reageert Bluf! en komt met een paginagroot artikel: ‘Kerncentrales in Nederland’. Tot nu is dit thema niet (of amper) verschenen in de vorige uitgaven. Aan het eind van het artikel verschijnen harde woorden: “Ik denk zelf dat als de plannen er door komen, het heel hard nodig zal zijn om de delen van de oude AKB weer bij elkaar te krijgen en om het verzet radikaler te maken. In Dodewaard hebben we ons lelijk tegen elkaar uit laten spelen. Laten we zorgen dat ons dat niet weer overkomt; dat plaatselijke en landelijke aktie gevoerd kan worden om te zorgen dat de krengen er nooit komen. En niet te vergeten: Borssele en Dodewaard moeten dicht!!!!!!!!!!” In deze kreet zijn ‘radikaler’ en ‘aktie’ met een ‘k’ gespeld, net zoals de naam van Jaqueline Cramer, die met een ‘k’ was gespeld (Kramer) in de steunbetuiging die meer dan een jaar later in de Volkskrant zou verschijnen. Wetenswaardig is ook dat zeker één AKB-er, Sible Schöne, op dat moment samen met Cramer redactielid is van het blad Milieudefensie.

 

Op 22 januari 1985 is een snel reagerende portier er de oorzaak van dat ongeveer 55 mensen die de kernenergieafdeling van het ministerie van Economische Zaken willen bezetten, niet verder komen dan de hal. De draaideur waar ze doorheen moeten is door de sprintende portier op slot gedaan. Er wordt nog wel geprobeerd die deur te forceren, maar ondertussen heeft de portier tijd om de andere kant te barricaderen en ook de politie is al snel aanwezig. De bezetting had niet alleen een reactie moeten zijn op het kabinetsbesluit over de bouw van nieuwe kerncentrales maar ook een gelegenheid om vertrouwelijk documenten te stelen om op deze wijze op de hoogte te komen over de plannen voor nieuwe kerncentrales. Na een half uur is er genoeg politie en ontruimt ze de hal. Niemand wordt gearresteerd. Volgens de actievoerders is er gelekt door een politie-informant.

 

Omdat de bezetting van het ministerie niet helemaal gelukt is, wordt er door dezelfde groep een paar uur later een bezetting uitgevoerd bij het kantoor van het Energie Centrum Nederland (Petten), dat ook in Den Haag is gevestigd. Deze lukt wel. Bluf! schrijft: “Ze hebben wel lekker de briefwisseling van het ECN met energiebedrijven van het laatste half jaar mee gejat.” Aangezien alle deuren op slot zijn gedaan, moet de politie via een raam naar binnen. Ook hier worden geen arrestaties verricht.


Op 25 januari 1985, nadat de eerste poging om weer voet aan wal in Dodewaard te krijgen is gelukt (blokkade op 9 november 1984), is een groepje bezig om de volgende fase voor te bereiden. Deze zal een stap verder moeten gaan dan een blokkade: een terreinbezetting. Om op het terrein te komen, moet men door twee rijen hekken (waar honden tussen kunnen lopen), een NATO-prikkeldraadversperring, en daarvóór al over een laag hekje en een vijf meter brede strook met ingegraven scherpe stalen punten, waar doorheen je slechts heel langzaam en voorzichtig kunt slalommen. 


Zo ver komen de meeste van de ruim 225 actievoerders die morgen echter niet. De schijnwerpers op het terrein gaan aan en daarachter zijn de schimmen van ME’ers te ontwaren. Gelijktijdig komt er van achteren een groep ME’ers die de demonstranten insluiten: de geplande bezetting was wederom uitgelekt!

 

Op 26 januari 1985 wordt Cramer gekozen als de nieuwe voorzitter van Milieudefensie. In haar toespraak tot de ledenvergadering gooit ze nog wat kolen op het vuur en wijst ze vooral op de noodzaak de strijd aan te binden tegen de bouw van nieuwe kerncentrales. “De regering mag dan wel voorstellen om nieuwe kerncentrales te bouwen, daarom zijn die dingen nog niet geplaatst,” aldus de kersverse nieuwe voorzitter (bron: Maandblad Milieudefensie, maart 1985 nr. 2, pagina 30).

 

Op 2 maart 1985 wordt door groepen een terreinbezetting uitgevoerd bij de UCN in Almelo. Dit ook om aan te tonen dat geheime acties met redelijk veel mensen, nog steeds mogelijk is (na het uitlekken van enkele acties). De ongeveer 70 actievoerders knippen zich een weg door een dubbele rij elektronisch bewaakte hekken. De demonstranten lopen over het terrein naar de hoofdpoort waar spandoeken worden opgehangen en waarop leuzen zijn gekalkt. 24 actievoerders worden gearresteerd en in verzekerde bewaring gesteld, waarna foto’s en vingerafdrukken worden gemaakt. Zeven mensen blijven in voorarrest tot de snelrechtprocedure op 13 maart.


Op 9 maart 1985 wordt bij Borssele – één van de meest voor de hand liggende locaties voor de bouw van één of meer kerncentrales, en tevens voor de interim-opslag van radioactief afval (50 tot 100 jaar) – door ruim 1500 actievoerders gedemonstreerd in Middelburg. Een van de actievoerders is Mirjam de Rijk, de zuster van Peer de Rijk en huidige levenspartner van Wijnand Duyvendak. Ze ketenen zich vast aan de hekken van de kerncentrale in Borssele. “Het idee was dat we ons eigen lichaam in de strijd brachten.” Uiteindelijk hebben de acties en de daarop volgende Brede Maatschappelijk Discussie over kernenergie succes: er komen geen nieuwe centrales in Nederland, en de bestaande zullen worden gesloten.

 

Op dit moment is Miriam de Rijk directeur van de Stichting Natuur en Milieu en ziet ze opnieuw een discussie over kernenergie ontstaan.


Op 1 mei 1985 wordt in Amsterdam actie gevoerd bij het kantoor van Comprimo. Dit bedrijf is een belangrijke lobbyist voor de nieuwe kerncentrales. Bij het kantoor worden ruiten ingegooid.

 

Op 26 en 27 mei organiseert het Platform tegen Kernenergie een werkweekend tegen de nieuwe kerncentrales. Het Pinkstertentenkamp vindt plaats op camping de ‘Aalfuik’ te ’s Gravendeel. Doel van het weekend is de bepaling van de actiestrategie voor het komende jaar. Op de agenda staan vier plannen, waaronder het plan: ‘Acties rond de Planologische Kernbeslissing (PKB).’ Binnen de radicale groepen van het platform is zo’n weekend, zo’n tentenkamp zeer in trek omdat ze tijdens zo’n tentenkamp veelal ongestoord zéér vertrouwelijk zaken kunnen bespreken.


Op 18 juni 1985 bezetten enkele mensen van de Vereniging Milieudefensie en andere groepen uit het platform het dak van een kantoor van de Provinciale Noord-Brabantse Electriciteits Maatschappij (PNEM) in Den Bosch. Op dat moment wordt er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het kabinetsbesluit om er minstens twee kerncentrales bij te bouwen. De PNEM is één van de belangrijkste ijveraars voor nieuwe kerncentrales. Van tien uur ´s ochtends tot half één in de middag wordt het dak bezet gehouden. Er wordt een spandoek goed zichtbaar aan de dakrand bevestigd, met daarop de leus: ‘Kettingaktie tegen Kernreaktie’.


Op 19 juni 1985 wordt voor de villa van de Brabantse Commissaris van de koningin, Dries van Agt, een lading huisvuil gestort, omdat hij ijvert voor één of meer kerncentrales op het industrieterrein Moerdijk. Na de actie tegen Van Agt klinkt in Bluf! de waarschuwing: “Deze axie was nog vriendelijk, het kan ook anders.”

 

En dan, in de nacht van 20 op 21 juni 1985, lukt het eindelijk om vertrouwelijke informatie te bemachtigen. Wijnand Duyvendak breekt met een aantal van zijn maten (de namen weigert hij te noemen) in bij het ministerie van Economische Zaken. Ze stelen allerhande vertrouwelijke documenten, waaronder plannen voor nieuwe kerncentrales, die ze publiceren in Bluf!. Tevens worden de namen van een aantal ambtenaren afgedrukt met de vermelding van hun privéadressen- en telefoonnummers. Ook de weken dat de ambtenaren met vakantie zijn, staan erbij.


Het begeleidend commentaar luidt: “Voor mensen met gewetensnood: onderstaande personen zijn de directeur generaal van energie, zijn plaatsvervanger en topmedewerkers van de directie elektriciteit en kernenergie. Als zodanig zijn zij verantwoordelijk voor de bouw van nieuwe kerncentrales. Verstoor de rust van deze onruststokers.”


Na de actie zijn er volgens de Bluf!-ers (Bluf! 176, 27 juni 1985, pagina 7) jubeltonen te horen binnen de milieubeweging. “Bij Vereniging Milieudefensie bijvoorbeeld (…). Vanzelfsprekend is men enthousiast en nieuwsgierig of er in de buit belangrijke informatie zit. (…) de stemming overheerst dat de radikale AKB, die de laatste tijd toch een beetje afgemaakt wordt in de pers, door deze jataktie toch doeltreffender is dan de heren beleidsmakers en journalisten aannemen”, aldus de Bluf!-ers. Ook hangen linkse politici aan de telefoon. Ze willen informatie uit de buit, om zo middels Kamervragen de beslissing over nieuwe kerncentrales te vertragen.

 

In oktober 1985 verschijnt een drie pagina’s groot artikel van de AKBer Sible Schöne in het blad Milieudefensie met de kop: ‘Al is van Aardenne nog zo snel …’. ‘De enige pop waar hij geen greep op heeft, heet ‘De wraak van jhr. Mr. De Brauw’… De subkop van het artikel eindigt met: ‘Hij geeft een toneelrecensie’. ‘Toneelrecensie’? Sible Schöne?, opmerkelijk indien we dit in verband brengen met de het eerder genoemde Bluf!-citaat over de ‘jataktie’.

 

Sible Schöne beschrijft ruimschoots de gang van zaken uit de door Wijnand Duyvendak gestolen documenten bij Economische Zaken: “De wraak van Jhr. Mr. De Brauw heeft een onthullend kijkje geboden in de keuken van E.Z. De publicaties in Bluf! bevestigen je meest cynische gedachten over de opvattingen die daar heersen over democratie, openbaarheid en inspraak. (…)” En dan volgt een citaat waarbij men zich afvragen of Sible Schöne zichzelf op de borst stond te kloppen. “De milieubeweging mag zich gelukkig prijzen dat er nog een actiegroep bestaat, die de creativiteit en het lef heeft gehad deze feiten in ieder geval naar buiten te brengen,” aldus Sible Schöne, de toenmalige rechterhand van Jaqueline Cramer.  

 

Intussen zitten politie en justitie niet stil en proberen zij de daders voor het gerecht te slepen, om ze voor hun daden te laten verantwoorden. De spanning stijgt. Justitie zit met de handen in het haar; ‘daders kunnen ze niet vinden’. Daarom besluiten ze Bluf! te vervolgen. Intussen gaat het platform gewoon door met de strijd tegen kernenergie.

 

En dan is het 5 juni 1986. Els van de Raddraaiers moest als getuige bij Rechter Commissaris (RC) Lauwaars verschijnen. De RC wilde van Els weten wie Bluf! is. Maar Els wist van toeten noch blazen. “Waarover de RC érg, erg teleurgesteld was,” liet Bluf! weten. Twee weken later is bij Justitie nog steeds niet duidelijk hoe ze verder moeten. De Bluf!-ers zijn bang dat het vooronderzoek wordt afgesloten en dat de Raddraaiers alsnog vervolgd zullen worden, en dan als verdachten. Ze worden namelijk, als ze een naam noemen waar de RC geen genoegen mee neemt, automatisch verdachte in de aanklacht die eigenlijk tegen Bluf! gericht is. “Affijn, zo komen we niet verder. Dan gaan we maar zelf in de aanval. Vandaag 19 juni hebben we de OvJ persoonlijk een verklaring overhandigd, waarin een deel van de ‘daders’ zich bekend maken. Tweehonderd mensen uit de milieubeweging, journalisten, boekhandels, uitgeverijen, politici en professoren, ondertekenden een verklaring waarin zij verklaren de ‘feitelijk opdrachtgevers’ te zijn voor de nummers van Bluf! waarin de Wraak-documenten werden gepubliceerd. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Want iedereen die Bluf! leest of die er gebruik van maakt, is verantwoordelijk voor het bestaan van Bluf!. Bluf! is niet iets op zichzelf, geen gewóón weekblad. Maar een schakeltje van wat er leeft en broeit in de Nederlandse aktiewereld, in de daden en gedachten van vele duizenden. Misschien vind de OvJ zelfs 200 namen niet genoeg. Ze zien maar. We hebben in ieder geval nog een hoop plannen.” (Bron: Bluf! nummer 226, 19 juni 1986, pagina 2) Twee dagen later, 21 juni 1986, verschijnt een grote steunbetuiging van 178 personen voor Bluf! als advertentie in de Volkskrant. Milieudefensie is goed vertegenwoordigd: de voorzitter Jaqueline Cramer (met een k), stafmedewerkers Sible Schöne, Dave van Ooyen en Paul van Poppelen.

 

Tot slot:

 

Kan men stellen dat, gezien dit summiere feitenrelaas, Jaqueline Cramer en haar partners binnen Milieudefensie wisten wat ze deden? Kan men stellen dat ze door hun toenmalige steunbetuiging in De Volkskrant, niet alleen hielpen om de rechtsgang tegen Bluf! te saboteren maar dat men ook de ruim daarvoor in Bluf! gepubliceerde privé adressen van ambtenaren goedkeurde? Zijn zij daardoor ook niet medeplichtig aan de bedreigingen die daarop volgden tegen deze ambtenaren en hun gezinnen?

Is het niet opvallend dat een groot aantal haar oude kameraden miljoenen aan gemeenschapsgeld ontvangen en in veelvoud te vinden zijn op de subsidielijst van VROM, het ministerie van minister Jaqueline Kramer?  

 

Wordt vervolgd.