SS- Staatsstemmingmakerij.

november 18, 2008

 

Betreft rapportage Politieacademie Apeldoorn over geweld tegen homo’s en uitleg van de Staatsomroep NOS over de daders.

 

Ten eerste kan men zich afvragen welke waarde je moet hechten aan een rapportage van de politieacademie Apeldoorn. Een academie waar ‘terroristen’ worden aangesteld als lector.

 

Ten tweede is het ook aardig om eens even stil te staan bij de ‘objectieve’ berichtgeving over het geweld door onze Staatsomroep NOS.

 

In de aanhef van het bericht spreekt men van: ‘Geweld tegen homo’s lijkt vooral het werk van autochtone Nederlanders en niet van allochtonen, zoals vaak gedacht wordt.’

Maar de toon die hier gezet wordt klopt niet want opvolgend bericht de NOS:  ‘In 14% van de gevallen was de dader allochtoon. In 86% was de dader autochtoon of was de afkomst onbekend.’

 

In de laatste zin zit het venijn omdat men in die 86 % niet aangeeft hoeveel daders autochtoon of onbekend zijn.

 

Intussen blijkt ook dat de kwaliteitskrant NRC Handelsblad aan deze informatievervuiling deelneemt.

 

 

 

Advertenties

Tijdelijke geheugenverlies door selectieve luchtpijpvernauwing.

november 17, 2008

 

Maandagochtend 17 november 2008.

 

 

Goedemorgen, effe wakker worden, ontbijtje, een lekker kopje niet Max Havelaarse koffie, even via de ochtendbladen op je gemak het dagelijkse nieuws tot je nemen en wat gebeurd er? …. proest …, het kostbare koffievocht spettert over de ontbijttafel. Oorzaak: op de voorpagina van wakker Nederland staat met grote kop: ‘Duurzame inkoop rijk is regelbrij’.

 

Maar de kop van het artikel is niet de oorzaak van mijn proestbui wel het navolgende citaat ‘Volgens regeringspartij CDA maken de nieuwe, gekke regeltjes ondernemers horendol wanneer zij tijdschriften, printers of koffie aan het rijk en andere overheden willen leveren’ en de opmerking van het CDA-Kamerlid Liesbeth Spies ‘Als je de verhalen hoort, krijg je het er benauwd van. (…) Als we elkaar op deze manier gek zitten te maken, wordt het tijd voor ons boerenverstand,’ aldus Spies. Ze gaat de gang van zaken deze week aankaarten tijdens de bespreking in de Tweede Kamer de VROM-begroting.

 

Die mevrouw Spies, of ze is ‘knettergek’ of zij heeft last van een selectieve Haagse luchtpijpvernauwing die het politieke geheugen van haar – en haar partij – op gepaste tijden ernstig dwarszit.

 

Spies en haar partij doen namelijk al jaren een knieval voor de roodgroene collega’s in de Kamer en hebben mede aan de wieg gestaan van alle groene regels en verplichtingen rond het zogenaamde ‘duurzaam inkopen’ waar ondernemers aan moeten voldoen wanneer zij hun producten waaronder tijdschriften, printers, voedsel en koffie aan het rijk en andere overheden willen leveren.

 

Spies doet er goed aan om voor het debat over de VROM-begroting eens ten rade te gaan bij haar fractievoorzitter Pieter van Geel. Dit mannetje is namelijk een van promotors van de idiote brij aan duurzame regelgeving.

 

In mijn boek Sinistra. Politieke maffiosi op Haags, provinciaal en gemeentelijk niveau 2006 uitgeverij Aspekt, heb ik deze lastenverzwarende en volksverlakkende activiteiten uitgebreid omschreven.

 

Voor de liefhebber die er meer over wilt weten/lezen volgt onderstaand de tekst uit één van de hoofdstukken over deze materie onder de kop:

 

BIOLOGISCHE DWANGMATIGHEDEN (pagina 119-131)

 

In 2001 werd door onder andere de ministeries VROM, en EZ en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een apart programma ontwikkeld voor provincies, gemeenten en waterschappen met de klinkende naam Preventie naar Duurzaam Ondernemen (PreDO). Het programma liep van 2001 tot en met 2005 en moest de milieudruk verminderen die ontstond door bedrijfsmatige activiteiten van overheden. In opvolging van PreDO verscheen het rapport Duurzame Bedrijfsvoering Overheid van 25 januari 2005.

Daarin gaf men als doel aan dat in 2010 minstens vijftig procent van alle inkopen en aanbestedingen door de overheid duurzaam moest zijn. Staatssecretaris Pieter van Geel van VROM noemde biologische catering als een van de doelen voor duurzaam inkopen. Een doel dat de milieubeweging alleen maar in hoefde te koppen. De subsidieaanvragen rolden binnen.

 

 

In 2001 ging het landelijke project ‘biologische catering in bedrijfsrestaurants’ van start om de biologische landbouw in Nederland een steuntje in de rug te geven. Hierin werkten de milieufederaties en Stichting Natuur en Milieu samen om bedrijven en organisaties per provincie zover te krijgen biologische producten in te voeren in hun bedrijfsrestaurants. De milieufederaties maakten hiertoe afspraken met provincies, gemeenten, energiebedrijven, waterleidingbedrijven, waterschappen en onderwijsinstellingen en gingen op gesprek bij de opdrachtgever van de cateraar: de facilitair manager.

 

 

De cateraar moest in een rap tempo biologische scharrelproducten en Fair Trade producten in zijn assortiment opnemen. Bijvoorbeeld Fair Trade koffie en alleen nog maar biologische melk in de kantine. Tevens moesten leveranciers de garantie geven dat er geen genetisch gemanipuleerde gewassen werden gebruikt. Deed men dit niet liep men het risico de opdracht bij overheden te verliezen.

 

 

Het duurde niet lang of men boekte resultaat. Tijdens bijeenkomsten werden talloze intentieverklaringen of convenanten afgesloten. Iedereen die de intentieverklaring van bijvoorbeeld de milieufederaties en de stichting Natuur en Milieu ondertekende beloofde zich in te zetten voor het bereiken van vijf procent biologische catering in 2004. Met de ondertekening verplichtte men zich om maatschappelijk verantwoord te gaan ondernemen. En dat wilde iedereen heel graag uitstralen. Biologisch móést. Je werkte bij een (semi)overheidsinstellingen en die bepaalde wat nodig was. Of de werknemers daar nou wel of geen behoefte aan hadden speelde geen rol.

 

 

Een aardig voorbeeld was de reactie van het hoofd catering van de Universiteit Twente (UT), Bart Dirne, die desgevraagd liet weten: ‘UT-Catering heeft die intentieverklaring ondertekend. (…) Zo’n zes jaar geleden stond in de Mensa biologisch vlees op het menu. De klanten waren in het begin enthousiast, 20 procent tot 25 procent bestelde een maaltijd met biologisch vlees. Na een half jaar was dat percentage gezakt tot 2 a 3 procent’. Bewust biologische producten op het menu zetten was één van de middelen waarmee ze druk uitoefenden op de leveranciers. Die moesten biologische producten in het assortiment opnemen: ‘Onze plaatselijke groenteboer heeft dat bijvoorbeeld nog niet en zal naar een oplossing moeten zoeken. Is die groenteboer niet in staat om aan ons biologische groenten te leveren dan kan het dus zover komen dat we de samenwerking beëindigen. Een drastische maatregel, die we hopen te voorkomen natuurlijk.’

 

 

Of deze aanpak drastisch is of pure chantage mag de lezer zelf bepalen, maar deze aanpak hoort bij het maatschappelijk verantwoord ondernemen. ‘We willen als bedrijf wat uitstralen, maar ook een stukje druk uitoefenen. Ons doel blijft om in 2004 5 procent biologische catering te voeren en in 2010 moet dat 10 procent zijn’, aldus het hoofd

catering.

 

 

Op 2 april 2002 gaf Minister Brinkhorst de aftrap. Die dag tekenden ruim 30 partijen, waaronder overheden en enkele cateraars de Intentieverklaring Biologische Catering. Doelstelling was vijf procent biologische catering in 2004.

 

 

Op 7 november dat jaar ondertekenden nog eens ruim 40 partijen. Op een afsluitende bijeenkomst van 6 november 2003, sloten nog eens ruim 20 partijen zich bij de doelstellingen aan.

 

 

Eind 2003 werd het project afgesloten met een feestelijke bijeenkomst. De directeur generaal van LNV, mevrouw Renee Bergkamp, riep de aanwezige partijen op er de schouders onder te (blijven!) zetten. Het bedrijfsrestaurant van het ministerie van LNV gaf het voorbeeld en streefde naar 100 procent biologische catering in 2005. Maar het behaalde resultaat bij overheden was nog niet bevredigend.

 

 

Op 19 mei 2005 ondertekenden verschillende overheden een nieuwe doelstelling voor 2007. De gemeente Nijmegen: 5 procent, het ministerie van Financiën: 5 procent, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn: 10 procent, het ministerie van Buitenlandse Zaken: 15 procent, het ministerie van Economische Zaken: 15 procent, het ministerie van Verkeer en Waterstaat:15 procent, het ministerie van VROM: 20 procent, het provinciehuis van Brabant: 50 procent en het provinciehuis van Overijssel: 50 procent. Daarnaast tekende de alternatieve banken als Triodos Bank voor de volle 100 procent en de SNS REAAL Groep zou van 10 naar 20 procent te gaan.

 

 

Zoals we reeds hebben kunnen lezen werden biologisch producten niet alleen via gemeenten, provincies en rijksoverheid ingevoerd maar ook via het onderwijs. Van oudsher was het DPN gewend om ook de jongeren te bewerken voor hun doelstellingen. Hiervoor waren scholen bij uitstek de pleisterplaats voor hun activiteiten. Ook hier hadden ze vaste grond onder hun voeten. Binnen de instellingen voor lager, hoger en wetenschappelijk onderwijs behoorden veel onderwijzers en bestuurleden tot hun politieke gedachtegoed.

 

 

Als centrale ontmoetingsplaats – waar scholieren, studenten en medewerkers binnen het onderwijs bij elkaar kwamen – was de schoolkantine bij uitstek geschikt om hun biologische plannen uit te voeren. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stond aan hun kant en zorgde ervoor dat biologische producten in de schoolkantine werd ingevoerd. En ook hier werden de toeleveranciers bewerkt. Daarvoor lanceerde men onder andere het project Duurzame Catering HBO.

 

 

Vanaf begin van 2004 werden verschillende HBO-instellingen en toeleveranciers benaderd. De Hoge School Zuyd, de Hoge School Leiden en de Haagse Hoge School, Fruitmasters, Friesche Vlag, Riedel Drinks, Sodexho, Stichting AKK en de kennisinstellingen LEI. Daarnaast werden met dit project studenten bewerkt om vervolgens met hun wensen de inkoopafdeling en het bedrijfsleven te dwingen biologische producten te leveren. Tevens moest het biologisch lunchen in de schoolkantine het gedrag van jongeren en studenten zodanig beïnvloeden dat het thuis aan tafel zou worden voortgezet. En bijna vanzelfsprekend werden op scholen projecten gestart met biologische schoolmelk en aandacht besteed aan het contact tussen scholen en biologische boerderijen.

 

 

Overkoepelend werd gestart met een biologische promotiecampagne, vooral gericht op het jonge publiek. Biologische producten moesten ‘hip’ worden. De campagne moest de biologische producten het imago geven van genot, gemak en ‘feel good’.

 

 

Het mocht niet baten, ondanks de vele congressen en convenanten en het bewerken van toeleveranciers, overheden, kerken, vakbeweging, onderwijs en jongeren bleef het gewenste resultaat achterwege. Want ook al werkten alle voornoemde partijen mee en stortte de overheid honderden miljoenen euro’s in het biologische ideaal, uiteindelijk is het in een democratie toch de consument die – met zijn aankoopgedrag – bepaalt hoe snel de biologische landbouw zich gaat ontwikkelen.

 

 

De consument bepaalt en betaalt. De biologische ontwikkelingen worden niet alleen bepaald via de boodschappentas van de consument maar vooral gecreëerd door de belastinggelden uit de beurs van diezelfde consument. De consument betaalt namelijk volledig de halsstarrige experimenteerdrift van overheid voor de biologische landbouw.

 

 

Ondanks de miljoenen euro’s gemeenschapsgeld die de overheid er in steekt en de talloze activiteiten van de milieubeweging wil het met het marktaandeel van biologische voedselproducten maar niet vlotten. In 2003 was 1,6 procent van de totale omzet van levensmiddelen biologisch, in 2005 was dat 2 procent. In hoeverre deze procenten bestaan uit de bijdrage via aankoop door de biokantines bij overheden, vakbeweging, kerken en actiegroepen is onbekend. Maar één ding is zeker, men heeft nog vele miljoenen gemeenschapsgeld nodig om het idealistisch gestelde doel van vijf procent in 2007 te halen.

 

 

Een groot obstakel voor de groei van de biologische markt is het grote prijsverschil tussen biologische en gangbare producten in de schappen. In 2002 was dit gemiddeld ruim 50 procent.39 Dit is voor het DPN een doorn in oog. De meerprijs in de kantines was voor hen geen probleem, dat werd immers in meerderheid met gemeenschapsgeld gefinancierd. Het probleem zat bijvoorbeeld bij de biologische consument uit hun eigen achterban. Die hadden ze met de nodige tam-tam binnengehaald en dreigden door het grote prijsverschil af te haken. Dat mocht niet gebeuren. Dat zou leiden tot een enorm gezichtsverlies. Jarenlang hadden ze hun achterban bewerkt om zoveel mogelijk op de biologische tour te gaan. Daarvoor hadden ze keer op keer allerhande activiteiten georganiseerd.

 

 

Hoog tijd voor nieuwe acties. De Stichting Natuur en Milieu was de grote trekker. Bijvoorbeeld in een tweetal campagnes in april 2004 en maart 2005. Toen gingen ze gezamenlijk van start met de campagne ‘Nederland gaat biologisch’. De deelnemende organisaties hadden hiervoor een intentieverklaring ondertekend. De deelnemers riepen hun leden op om vaker biologische producten te kopen.

 

DEELNEMERS

Vereniging Natuurmonumenten, Wakker Dier, Vogelbescherming Nederland, de 12 provinciale milieufederaties, IVN Nederland, Vereniging Milieudefensie, Dierenbescherming, Waddenvereniging, Nederlandse Vegetariersbond, Centrum Vrouw en Milieu (VeM, Greenpeace, VEWIN, LHUMP (landelijk Hogeschool/Universitair Milieuplatform, FNV Bondgenoten, Nationale Jeugdraad, Kerken in actie, Protestantse Kerk in Nederland, Varkens in Nood, Business and Professional Women the Netherlands, consumentenvereniging Goede Waar & Co, ECEAT, Biologica en de Stichting Natuur en Milieu.

De actie werd actief ondersteund door De Natuurwinkel Organisatie, de Taskforce Marktontwikkeling Biologische Landbouw, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), De LANDSCHAPPEN, De Kleine Aarde en Avalon.40

 

De organisaties die aan de campagne meededen claimden gezamenlijk zes miljoen leden te hebben. Op zich een zeer ‘creatieve’ telling omdat veel van hun leden lid zijn van meerdere organisaties die aan de campagne meededen.

Dat geld ook voor de conclusies van Joost Guijt, de coördinator regelgeving bij het platform Biologica. Hij was een belangrijke coördinator binnen de biologische beweging. Volgens hem bereiken de maatschappelijke organisaties per kwartaal via hun bladen drie tot vier miljoen huishoudens.

 

Gezien de invloed op het ministerie van LNV, de politiek en de milieubeweging is het van belang om Biologica iets nader te belichten.

 

BIOLOGICA

Biologica is een koepelorganisatie voor biologische land- en tuinbouw en voeding waarin biologische boeren, handelaren, verwerkers en detaillisten werken aan het vergroten van de bekendheid van het biologische product en de groei van hun markt.

Biologica vervult een sleutelfunctie in de samenwerking tussen overheid en belangengroepen in de biologische sector. Op verzoek van het ministerie van LNV werd in 2000 een adviescommissie Onderzoek Biologische Landbouw opgericht bij Biologica.

Deze commissie adviseert opdrachtgevers van onderzoek over de behoefte aan kennis voor de biologische sector en over prioriteiten bij onderzoek.

Biologica gelooft het meest in de kracht van de maatschappelijke organisaties en consumentenvoorlichting. In dit kader werkt Biologica nauw samen met onder andere: de Dierenbescherming, Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace, de provinciale milieufederaties, Milieudefensie, Wakker Dier en Natuurmonumenten.

 

 

De eerste directeur van Biologica (januari 1993) was de biologische boer, bedenker van Milieukeur en voormalig Nicaragua-ganger Jan Wieringa. Momenteel werkt Wieringa naast zijn biologische boerenbedrijf nog een aantal dagen per week bij Biologica.

In 2002 kreeg hij van de radicale stichting Wakker Dier een oorkonde vanwege zijn diervriendelijke bedrijf. De opvolger van Wieringa bij Biologica is Bert Ruitenbeek.

 

 

Bij Platform Biologica zijn aangesloten: de Federatie Biologische Boeren (FBB), het samenwerkingsverband tussen de Nederlandse Vereniging voor Ekologische Landbouw (NVEL) en de Vereniging van Biologisch-Dynamische Boeren (VBDB), de Vereniging van Biologische Productie- en Handelsbedrijven (VBP), de Vaksectie Winkeliers in Natuurvoeding en Reform (VWNR), de koepel van supermarkten (CBL) en de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding.

 

 

Eind 2000 werd binnen de Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) gestart met het Innovatiecentrum voor Biologische Landbouw. Jac Meijs werd de verantwoordelijke coördinator, Sjors Willems werd communicatie-adviseur en Eddy Teenstra projectleider van de kennisdatabank. Al snel ging WUR samenwerken met Biologica. Meijs vervulde een combinatiefunctie en werkte tevens voor Biologica. En ook Willems combineerde zijn functie met werkzaamheden voor Biologica. Hij was vanaf de oprichting in 1993 bij Biologica actief als coördinator landbouw.41 In 2004 werd Meijs directeur beleid & management bij Biologica. Greet Blom-Zandstra werd de nieuwe projectleider van het IBL. Meijs bleef nog wel programmaleider van het Koepelprogramma biologische landbouw van WUR.

 

 

Biologica is de organisator van de Landelijke Open Dagen bij de biologische boer en uitgever van o.a. het receptenblad Smaakmakend, de EKO-gids en de EKO-Monitor en initiatiefnemer van de acties Adopteer een Kip en Adopteer een Appelboom. Tijdens de achtste georganiseerde Open Dagen van Biologica brachten zo’n 150 belangstellenden (op 26 juni) een bezoek aan het biologisch boerenbedrijf van het PvdA-Tweede Kamerlid Harm Evert Waalkens in Finsterwolde. Het is dus niet zo verwonderlijk dat ook binnen Biologica de DPN-vlag driftig wappert.

 

 

Van 1 oktober 1993 tot 1 april 2004 was de voorzitter het voormalige GroenLinkse Kamerlid Ria Beckers, zij was tevens voorzitter van de Stichting Natuur en Milieu van 1 januari 1994 tot 1 september 2004. Na haar vertrek bij Biologica werd de scepter overgenomen door het voormalige GroenLinkse Tweede Kamerlid, Arie van den Brand.

 

 

En ook bij Biologica heeft men geen last van bezuinigen. Het ministerie van LNV is hun grootste subsidiegever. Het inkomen steeg met sprongen waarbij opvalt dat haar publieksberichtgeving over 2005 in geen enkele vergelijking staat met de voorgaande jaren.

 

Biologica en haar publieksjaarverslag:

2005 Jaarverslag pag. 7 inkomen € 2.82 miljoen

2004 Jaarverslag pag. 36 inkomen € 2.65 miljoen

2003 Jaarverslag pag. 31 inkomen € 1.7 miljoen

2002 Jaarverslag pag, 45 inkomen € 1.8 miljoen

2001 .. .. inkomen € 1.5 miljoen

 

 

Terug naar de biologische consument, die dreigde af te haken. Dat moest voorkomen worden. Volgens Biologica moest de consument die – ondanks het prijsverschil – er voor koos om biologisch te kopen beloont worden. ‘De consument die ondanks het prijsverschil er voor kiest om biologisch te kopen toont maatschappelijk verantwoord consumentgedrag’, aldus Guijt in een advies aan het ministerie van LNV. De overheid moest gaan onderzoeken hoe die beloning verwezenlijkt kon worden.

 

 

De milieubeweging had haar adviezen al klaar. Ze wilde een premiestelsel om het prijsverschil tussen de biologische en gangbare producten te verkleinen. Er moest een premie komen voor biologische producten om de meerprijs met zo’n twintig procent te verlagen. Zelf hadden ze berekend dat dat de staat zo’n vijftig miljoen euro per jaar ging kosten. Bijvoorbeeld een EKO-aftrekpost waarbij biologische aankopen (deels) fiscaal aftrekbaar werden gemaakt. Ook werd er gedacht over een kortingsactie met biologische producten in 2006.

 

 

Zo wilde de PvdA het BTW-tarief op biologische producten omlaag brengen en deden GroenLinks en de SP voorstellen om de BTW op biologische producten maar geheel af te schaffen. Dan werden de biologische producten namelijk zes procent goedkoper. In het streven om het prijsverschil tussen biologisch en gangbaar te verkleinen ging GroenLinks zelfs een stapje verder. Tijdens het GroenLinkse landbouwcongres Links zaaien, Groen oogsten op 15 mei 2004 in Zeist, kwam Marijke Vos, toenmalig Tweede Kamerlid voor GroenLinks en een voormalige voorzitter van Milieudefensie, met de volgende opmerking: de ‘verantwoorde consument’ werd gestraft in de portemonnee. ‘De kiloknaller en de gifpieper zijn gewoonweg veel goedkoper dan een scharrelkip en een bio-bintje. Door de prijzen bij elkaar te brengen (vlees en zuivel) of zelfs gelijk te trekken (groente en fruit) wil GroenLinks de EKO-markt een enorme impuls geven’, aldus Vos.

 

 

Daarna lanceerde ze nog een ‘progressief’ idee. De consument moest op biologisch-dwangmatige wijze over de streep worden getrokken. Als de onverantwoorde consument het niet via de kassa wilde betalen moest het maar (wederom!) gebeuren via zijn of haar belastinggeld. Ze wilde dat de overheid een ‘EKO-tax’ op vlees ging invoeren. Door vlees van het lage BTW-tarief van 6 procent naar 19 procent te tillen, zou de staat jaarlijks zo’n 600 miljoen euro aan extra inkomsten kunnen pakken. Een geldpot voor subsidies om biologische producten goedkoper maken.

 

 

Vermeldenswaardig is dat één van de sprekers tijdens het Groen-Linkse landbouwcongres, Arie van den Brand was. Hij is de huidige voorzitter van Biologica.

Brand’s collega bij Biologica, Bert van Ruitenbeek, maakte zich al een aantal jaren sterk voor verlaging van de BTW om het biologische product goedkoper te maken. ‘De gangbare landbouw prijst zich dan uit de markt. Dan zijn we aangeland bij de kern van de zaak’, aldus Ruitenbeek in een debat met de voormalige minister van landbouw, Brinkhorst.

 

 

Terug naar de consument. Die moest over de streep worden gehaald.

 

 

In aansluiting op de campagne Nederland gaat biologisch van april 2004 stuurde Biologica een advies aan LNV onder de noemer De verduurzaming van de boodschappentas. Het advies was bedoeld om de Beleidsnota Biologische Landbouw 2005-2007 van LNV aan te passen aan hun wensen.

 

 

Aan de overheid werd gevraagd met name bestaande, effectieve maatregelen voort te zetten en uit te bouwen. Behalve dat er adviezen werden gegeven, werd er aangeven hoeveel miljoen euro er volgens hen nodig was voor de periode 2005-2007. ‘Aan de overheid wordt gevraagd in 2005 tot en met 2007 veertig miljoen euro op jaarbasis te investeren in de verdere ontwikkeling van de biologische landbouw en voedingsmarkt’, aldus Biologica.

 

 

Vanzelfsprekend was dit bedrag inclusief een bijdrage voor Biologica.

 

 

Uiteindelijk vond het ministerie van LNV veertig miljoen euro op jaarbasis (120 miljoen euro over de periode 2005-2007) toch iets teveel. Toen haar beleidsnota verscheen stond er ‘maar’ 60.9 miljoen euro beschikbaar. Maar deze teleurstelling werd enigszins goedgemaakt doordat het LNV aan één van hun belangrijkste wensen tegemoet kwam: De verduurzaming van de boodschappentas.

 

 

In april 2006 bleek dat pas 2,5 tot 3 procent van de gekochte boodschappen biologisch was en hun doelstelling voor 2007 ernstig in gevaar kwam. De consumenten liet de duurdere bioproducten – vanwege de prijs en soms kwaliteit – liggen en koos voor de ‘gewone’ waar. Een zak van drie kilo bio-aardappelen kostte bijvoorbeeld ongeveer één euro meer dan de gangbare. Een kilo gehakt van biorunderen was zelfs twee keer zo duur: 10,29 euro tegenover 4,99 euro.

Om deze barrière voor 2007 te doorbreken en alsnog de vijf procent biologische consumentenbestedingen binnen te halen werd wederom diep in de staatsbuidel getast. De gesubsidieerde marktverstoring werd nog eens extra aangedikt. Minister Veerman van LNV lanceerde een gesubsidieerde prijsverlaging voor biologische producten. Daarvoor had hij voorlopig tot 20 augustus 2006 één miljoen euro uitgetrokken.

 

 

Op 28 april 2006 verschenen enkele knallende koppen in de dagbladen: (Volkskrant/Telegraaf) ‘Biomelk en gehakt in de aanbieding.’ Melk, gehakt en zeven andere biologische producten, gingen bij wijze van proef voor een ‘prikje’ weg. De proef werd gehouden in 43 supermarkten in tien plaatsen verspreid over het land. Om goed te onderzoeken welke invloed de prijs had, was de prijsverlaging voor de bioproducten per plaats verschillend, liet een woordvoerster van het ministerie van LNV weten.

 

 

De supermarkten zijn voor het biologische netwerk een onmisbare schakel voor de verbreding van hun markt. De supermarkten, die moesten ervan overtuigd worden dat ze de komende jaren moesten inzetten op het promoten van biologisch als onderdeel van hun beleid. Daarnaast moest ook het eigen personeel net als de consument biologische gaan eten. Biologisch was immers niet alleen duurzaam maar ook nog eens lekker en gezond, of niet soms?!

 

 

In december 1988 verscheen een interview in het huisblad van Milieudefensie met de bekende filosoof Hans Achterhuis. In de aanhef stond een spreuk die sprekend is voor de inhoud van dit hoofdstuk: ‘Wie eenmaal in de appel der gelijkheid heeft gebeten, kan niet meer terug – zelfs al valt de smaak soms tegen.’

 

 

Volgens het eerder omschreven platform Biologica was de belangrijkste reden voor de consument om biologische producten te kopen de verwachting dat die gezonder zouden zijn. In de voorstellen van Biologica aan LNV over de ‘De verduurzaming van de boodschappentas’ werd dit nog eens benadrukt. Al in de eerste zin van het voorstel verscheen: ‘De biologische landbouw levert gezond voedsel van goede kwaliteit’. Daarna volgden nog een aantal opmerkingen als ‘ lekkere en gezonde voeding’. Op pagina tien stond zelfs een ‘moeten’: ‘Het ministerie van VWS moet actief beleid voeren in het kader preventie om in verzorgingstehuizen en ziekenhuizen biologisch voedsel op te dienen.’

 

 

Ook de kopstukken binnen het platform van de milieufederaties, de Stichting Natuur en Millieu of Milieudefensie claimden dat biologisch beter was voor de voedselkwaliteit (gezondheid, smaak). En vanzelfsprekend vonden ook hun partners in de politiek dat biologisch voedsel veiliger en gezonder was. Bijvoorbeeld het Groen-Linkse Tweede Kamerlid Marijke Vos, toen ze de toenmalige minister van Landbouw Brinkhorst aanviel. Ze wilde alleen nog maar producten zonder gif en dus meer biologische producten. ‘U moet de voedselveiligheid beter organiseren’, beet ze de minister toe.

 

 

Biologisch, ecologisch en duurzaam voedsel is lekker, eerlijk, gezond en … verantwoord om te eten. Op zich een goede zaak en een nobel streven, ware het niet dat er hier en daar een vies luchtje hangt aan de campagnes van het DPN. Aan de ene kant stelt men met veel geroeptoeter misstanden in de traditionele voedselindustrie aan de kaak en aan de andere kant heerst er bijna een oorverdovende stilte wanneer blijkt dat hun gezond helemaal niet zo gezond is.

 

 

* De afkorting DPN staat voor het Dubbele Petten Netwerk tussen politiek en gesubsidieerde organisaties.